Ongedierte komt zelden “uit het niets”. In de meeste gevallen zijn er al signalen: geluiden, uitwerpselen, schade of geurtjes. Hoe sneller je die herkent, hoe kleiner de kans dat een klein probleem uitgroeit tot een hardnekkige plaag.
Hieronder lees je hoe je de meest voorkomende soorten herkent: én wanneer je moet ingrijpen.

1. Wespen
Wespen zijn vooral actief in het voorjaar en de zomer. Eén wesp op je terras is normaal. Structurele activiteit rond dezelfde plek niet.
Signalen van een wespennest:
- Meerdere wespen die af- en aanvliegen naar dezelfde opening (dakrand, spouwmuur, schuurtje).
- Een constant zoemend geluid in muur of plafond.
- Toenemende agressiviteit richting eind zomer.
- Zichtbaar papierachtig nest (bij open nesten).
Belangrijk om te weten: een nest in de spouw zie je vaak niet. Je merkt het aan het patroon van vliegbewegingen.
Veelgemaakte fout: zelf proberen dicht te spuiten. Dat maakt de kolonie agressief en lost de oorzaak meestal niet op. Kies voor professionele wespenbestrijding als je goed en snel af wil zijn van je wespennest.
2. Ratten
Ratten komen vaker voor dan mensen denken, vooral in stedelijke gebieden en rondom water.
Zo herken je ratten:
- Donkere, langwerpige keutels van 1–2 cm.
- Vetsporen langs muren of schuttingen.
- Knaagschade aan hout, kabels of isolatie.
- Holen in tuin of onder tegels.
- Krassende geluiden in kruipruimte of plafond.
Zie je overdag een rat? Dan is de populatie vaak groter dan je denkt. Ratten zijn namelijk vooral ’s nachts actief.
Let op: overlast komt zelden alleen door “de buren”. Open voedselbronnen, composthopen of slecht afgesloten containers spelen vaak een rol.
3. Muizen
Muizen zijn kleiner dan ratten, maar veroorzaken minstens zoveel overlast binnenshuis.
Kenmerken van muizen:
- Kleine zwarte keuteltjes ter grootte van een rijstkorrel.
- Geknaagde verpakkingen in keukenkastjes.
- Krassende geluiden in wanden of plafonds.
- Een sterke, ammoniakachtige geur bij grotere aantallen.
Muizen passen door openingen van slechts 0,5 centimeter. Alleen vallen plaatsen zonder toegangsopeningen te dichten, is meestal tijdelijk effectief.
Eerlijk gezegd: als je na een week nog steeds nieuwe keutels vindt, is je aanpak niet afdoende en moet je op zoek naar een goede partij voor muizenbestrijding.
4. Kakkerlakken
Kakkerlakken worden in Nederland vaker gesignaleerd, vooral in appartementen en boven winkels of horecazaken.
Signalen van kakkerlakken:
- Een insect dat snel wegschiet wanneer je het licht aandoet.
- Kleine zwarte puntjes langs plinten of in keukenkastjes.
- Muffe, onaangename geur bij grotere besmetting.
- Lege eipakketjes (kleine bruine capsulevormige hulzen).
Zie je er overdag één? Dan is dat meestal geen “verdwaalde”. Kakkerlakken verstoppen zich overdag; zichtbaarheid wijst vaak op een grotere populatie.
Zelf bestrijden met spuitbussen werkt vaak averechts en kan verspreiding veroorzaken.
5. Bedwantsen
Bedwantsen worden meestal meegenomen uit hotels, vakanties of via tweedehands meubels. Ze hebben niets te maken met slechte hygiëne.
Hoe herken je bedwantsen?
- Kleine rode beetjes in rijtjes of groepjes.
- Jeuk die vooral ’s nachts ontstaat.
- Kleine bloedvlekjes op lakens.
- Zwarte stipjes op matrasnaden of bedframe.
Ze verstoppen zich in naden en kieren rondom het bed. Alleen wassen of stofzuigen is vrijwel nooit voldoende om ze volledig te verwijderen.
Wanneer moet je actie ondernemen?
Stel jezelf deze vragen:
- Zie ik herhaaldelijk signalen?
- Neemt het aantal dieren toe?
- Is er schade of gezondheidsrisico?
Als één van deze vragen met “ja” wordt beantwoord, wacht dan niet te lang. Hoe eerder je ingrijpt, hoe eenvoudiger het probleem meestal is op te lossen.
Preventie: wat werkt echt?
- Bewaar voedsel luchtdicht.
- Sluit vuilcontainers goed af.
- Laat geen dierenvoer buiten staan.
- Dicht kieren en gaten in muren en vloeren.
- Controleer ventilatieroosters en kruipruimtes.
Maar laten we eerlijk zijn: bij ratten, kakkerlakken en bedwantsen is professionele aanpak vaak noodzakelijk zodra de plaag actief is.
Heb jij last van ongedierte?
Ongedierte herkennen draait om patronen zien. Een enkel dier kan toeval zijn. Terugkerende signalen meestal niet. Twijfel je? Dan is inspectie vaak verstandiger dan zelf experimenteren. Een verkeerde aanpak kan het probleem groter maken dan het oorspronkelijk was.